![]() |
|
Thema's vanaf 2000 > 2005| perspectieven op planning (2005 - 5) | Revanchisme (2005 - 4 ) | Kennisstad (2005 - 3) | Identiteit (2005 - 2) | Wetenschap en beleid (2005-1) |Revanchisme (2005 - 4 )
-- Bestel dit nummer hier --
De wraak van de middenklasse Gentrification en het failliet van progressief stedelijk beleid Justus Uitermark, Maarten Loopmans, Jan Willem Duyvendak & Nick Schuermans Sinds begin jaren negentig heeft zich een discours rond stadsontwikkeling ontsponnen dat nu zo vanzelfsprekend lijkt dat het nauwelijks geanalyseerd wordt. Progressief stedelijk beleid is failliet verklaard. Het spreken over de achterliggende oorzaken van criminaliteit, drugsgebruik, dakloosheid en ander onaangepast gedrag roept nu van links tot rechts vermoeidheid op. Het kan best zijn dat het voor daklozen moeilijk is om onderdak te vinden, dat illegalen geen vuilniszakken kunnen betalen en dat migrantenjongeren gediscrimineerd worden, maar dat geeft hen niet het recht om anderen het genot van het succes te ontzeggen. De middenklasse eist het recht op de stad (opnieuw) op. Er is een einde gekomen aan een lange periode waarin progressieve onderzoekers en bestuurders van de stad vriendelijke oplossingen konden aandragen voor stedelijke problemen: de armen moesten worden beschermd, de gekken gedoogd en de migranten hartelijk ontvangen. Arme bewoners, ooit het troetelkind van de buurtontwikkelaars, zijn nu een sta in de weg geworden voor de heropleving van wijken of buurten. Met vandalisme, rondhanggedrag en andere overlast trekken marginale groepen de wijk naar beneden. Er komt dan ook een moment waarop ingegrepen moet worden, zo is nu de heersende opvatting. Wat men verder ook van deze opvatting vindt gaat het om de uiteindelijke zege van het gezond verstand of om onbeschaamde harteloosheid? het is evident dat een ingrijpende ontwikkeling heeft plaatsgevonden die nauwkeurige analyse verdient. In stedelijk onderzoek heeft vooral Neil Smith naam gemaakt met onderzoek naar deze thematiek. In de tweede helft van de jaren negentig introduceerde Smith de term revanchisme om het stedelijk beleid van de New Yorkse burgemeester Giuliani te beschrijven. Revanchisme, zoals Smith verderop in dit nummer uitlegt, is het concept waarmee hij probeert een analyse te maken van Giulianis nultolerantiebeleid ten aanzien van homos, daklozen, zwarten, krakers, drugsgebruikers, prostituees en andere marginale groepen. Smith haalt zijn inspiratie voor de term bij de gelijknamige negentiende-eeuwse Franse burgerlijk-politieke beweging die weerwraak (revanche) wilde nemen op het gewone volk voor de overname van Parijs door de Commune in 1871. Het huidige New Yorkse revanchisme zint op wraak tegenover de marginale groepen die de stad gestolen hebben van de Amerikaanse middenklasse. Net als bij haar vroegere Franse tegenhanger wordt hiervoor een combinatie in stelling gebracht van pseudo-militaire technieken en een retoriek over het herstel van waarden en normen in de openbare ruimte. In de traditie van het Amerikaanse kolonialisme moeten de wilden worden weggeveegd om de nieuwe stedelijke frontier te veroveren voor de beschaving, om de leefbaarheid te herstellen. Meer recent heeft Smith de these geopperd dat revanchisme intussen van een louter New Yorkse tot een wereldwijde strategie voor stadsontwikkeling is uitgegroeid. Van São Paulo tot Singapore, van Rotterdam tot Johannesburg, overal wordt het aantrekken van midden- en hogere inkomensgroepen als dé oplossing gezien voor stadsvernieuwing en worden gemarginaliseerde groepen tot een deel van het probleem verklaard. Stedelijk revanchisme lijkt zo een lokale pendant te zijn geworden van een meer omvattende evolutie van de Amerikaanse en Europese staat waar volgens auteurs als Loïc Wacquant en Jamie Peck een verschuiving plaatsvindt van zorg naar straf: de uitkeringen en werkgelegenheidsprogrammas voor de lagere klassen worden afgebouwd terwijl deze groepen tegelijk worden onderworpen aan een steeds uitgebreider complex van gevangenissen, tuchthuizen, blauw op straat en cameratoezicht. Traditionele sociaal-democratische maatregelen verliezen hun aantrekkingskracht en legitimiteit ten voordele van een meer repressieve aanpak van (publiek zichtbare) stedelijke problemen. Gentrification nouveau est arrivé Smith benadrukt in zijn werk rond revanchisme bovenal de specifieke rol van gentrification: het proces waarbij volksbuurten langzaam maar zeker worden getransformeerd in woongebieden voor de middenklasse. Gentrification werd voor het eerst waargenomen in de jaren zestig, maar is volgens Smith sinds de tweede helft van de jaren negentig in een nieuwe fase terechtgekomen. Deze fase onderscheidt zich in de eerste plaats doordat gentrification een integraal onderdeel is geworden van de stedelijke economie. Gentrification wordt een onmisbare bron van kapitaalsaccumulatie in steden door de belofte van nieuwe banen, meer toerisme en hogere belastinginkomsten. Het aantrekken en behouden van de middenklasse is nu een centraal doel van vrijwel elke vorm van stedelijk beleid. Gentrification is ook niet langer de kleinschalige expressie van de culturele voorkeur van een beperkt aantal avant-gardistische bohémiens. Dé motor van het proces is intussen de internationaliserende vastgoedsector die zich in machtige, wereldwijd opererende conglomeraten heeft gegroepeerd. Tegelijk is de ruimtelijke expressie van gentrification binnen de stad veranderd. Waar gentrification eerst beperkt bleef tot de fysieke opwaardering van woningen in een klein aantal centrale buurten, is het nu uitgegroeid tot een veel grootschaliger proces waarbij de hele stad wordt getransformeerd in fysiek, economisch en sociaal opzicht. Ook buurten die een groter risico voor de investeerder betekenen, komen nu aan de beurt. In deze nieuwe situatie is de staat afhankelijk gewordt van gentrifiers en is gentrification op haar beurt, door de immense investeringen en de bijbehorende risicos, alleen mogelijk met sterke ondersteuning van de staat. In het licht van deze ontwikkelingen wordt gentrification steeds meer als het ultieme gemeenschappelijke goed voorgesteld: gentrification wordt de maatstaf, het middel en het doel van een stedelijke renaissance of revitalisatie. Er worden ook offers mee gelegitimeerd. Verzet tegen de verkoop van sociale huurwoningen, de commercialisering van de binnenstad en de privatisering van de openbare ruimte lijkt steeds meer archaïsch en, voor zover het voorkomt, wordt het zonder veel ophef daadkrachtig de kop ingedrukt. Vooral de lokale overheid staat onder sterke druk om gentrification te ondersteunen. Het huidige stedelijke vernieuwingsbeleid wordt, in de these van Smith, veel minder dan vroeger gericht op zorg en de uitbreiding van collectieve voorzieningen, maar in de eerste plaats op het lokken van en verminderen van investeringsrisicos voor gentrifiers. Wanneer, zoals Smith in het interview met AGORA benadrukt, de middenklasse door angst voor de Andere is bevangen, betekent dit ook dat deze Andere waar nodig met harde hand uit het zicht moet worden verwijderd. De revanchistische fase van gentrification wordt dan ook niet alleen gekenmerkt door haar wereldwijde verspreiding, maar ook door meer autoritaire acties van de staat en de opkomst van defensieve architectuur in de publieke ruimte van bewakingscameras en hekken tot en met anti-slaapbanken en de verwijdering van afdakjes. Europees revanchisme De scherpe bewoordingen waarmee Smith deze nieuwe fase van gentrification tracht te vatten, heeft in korte tijd heel wat discussie op gang gebracht. De hypothese dat revanchisme intussen ook een mondiaal fenomeen is geworden, heeft bovendien geleid tot de analyse van vele lokale uitingen ervan. Aan Europese zijde wordt daarbij de vraag gesteld of revanchisme een wereldwijd, dan wel een specifiek Amerikaans of zelfs New Yorks model voor gentrification betreft. De parallel met onderzoek naar bredere verschuivingen in de welvaartsstaat is hierbij interessant. Zo wijzen we er in eigen onderzoek op dat in Europese welvaartsstaten geen eenduidige evolutie van sociaal naar repressief kan worden vastgesteld: sociale projecten krijgen weliswaar vaker een repressieve tint, maar de repressieve aanpak wordt tegelijk meer sociaal. Opbouwwerkers vergoelijken niet langer asociale gedragingen maar tegelijk krijgt de politie er heel wat maatschappelijk werkachtige taken bij. Andere auteurs, zoals Arnaldo Bagnasco en Patrick Le Galès, stellen bovendien dat er een specifiek Europees model van stedelijk beleid bestaat waarin de sociaal-democratische aanpak veel robuuster verankerd is dan in de Verenigde Staten. Meer dan in de Verenigde Staten worden lokale diensten en voorzieningen publiek in plaats van privaat georganiseerd, waardoor de lokale staat minder afhankelijk is van private ondernemers. Zolang de lagere middenklasse voor haar werk en voorzieningen afhankelijk is van de publieke sector, zal de lokale overheid op grote weerstand stuiten bij het afbouwen van sociale investeringen. Anders dan in de Verenigde Staten bestaat in Europese steden breed gedragen en institutioneel verankerd verzet tegen maatregelen die vooral grote private investeerders tegemoet komen. In Europa zou er dan ook een meer hybride beleid tot stand kunnen komen, dat sociaal noch repressief kan worden genoemd. Rotterdam is wat dit betreft een interessante casus. Het is opvallend dat deze stad, ondanks de uitgesproken revanchistische signatuur van het nieuwe college, steun blijft geven aan sociale programmas die onder sociaal-democratisch bewind zijn ingevoerd. Wat wel is veranderd, is de legitimatie van sociale programmas: ze zijn nu primair gericht op hun bijdrage aan vergroting van de veiligheid. Op een vergelijkbare manier worden met het Antwerpse stadsplan Veilig sociale actoren niet uitgeschakeld, maar mee achter een veiligheidsbeleid geschaard dat tot doel heeft om achtergestelde wijken terug bewoonbaar te maken voor meer geciviliseerde bewoners. Hoewel ook uit dit themanummer blijkt dat gentrification steeds meer een door de Europese staten gewenste en gestuurde ontwikkeling is, blijkt al uit de centrale notie van sociale menging dat het hier bepaald niet louter gaat om het uit het zicht verwijderen van de Ander. De instroom van midden- en hogere inkomens in herstructureringswijken leidt zelfs tot meer zicht op elkaar. In meer algemene zin is er in Nederland zeker ook niet alleen sprake van verbanning van zwakke groepen uit bepaalde wijken of uit de stad. Integendeel. In het kader van vermaatschappelijking van mensen met een psychische, lichamelijke en of geestelijke handicap zijn er nog nooit zoveel zorgafhankelijke mensen met beleidsopzet vanuit de duinen en de bossen de stad ingebracht. In het beleidsdiscours van de (gezondheids)zorg komen we zo geen revanchistische geluiden tegen, maar woede over bewoners van betere wijken die hun omgeving niet vervuild willen zien met voorzieningen voor gehandicapten. In de ogen van deze instituties zijn deze wijken geen guuroorden (die de revanchisten willen heroveren), maar kuuroorden. Dit themanummer wil de discussie over revanchisme aanzwengelen vanuit een Europees perspectief. Dit niet zozeer om een oordeel te vellen over het al dan niet bestaan van een trans-Atlantische kloof met betrekking tot stadsontwikkeling, maar wel om te overdenken wat we vanuit Europese ervaringen kunnen bijdragen aan het debat. Daarbij staan twee elementen centraal. Een eerste doelstelling van dit themanummer is om de term revanchisme zelf op basis van empirisch onderzoek in Europese steden conceptueel verder uit te diepen. In zijn interview geeft Smith toe dat revanchisme een potentieel veelomvattend begrip is. Getransplanteerd naar de Europese context wordt deze veelzijdigheid enkel nog benadrukt. De diverse bijdragen aan dit nummer belichten het thema revanchisme vanuit verschillende invalshoeken. Van Criekingen en Dessouroux sluiten het nauwst aan bij Smiths gentrification-benadering en trachten revanchisme als heuristisch instrument te operationaliseren aan de hand van drie empirisch verifieerbare componenten: gentrification in een grotendeels marktgereguleerde huisvestingsmarkt, ondersteund door staatsgestuurde repressieve maatregelen ten aanzien van gemarginaliseerde groepen. Maar de andere auteurs rekken het begrip verder op. Aalbers en Boterman situeren revanchisme en gentrification ook in typisch Europese, in belangrijke mate door publieke actoren gereguleerde woningmarkten. Meert e.a. vertrekken vanuit een analyse van wijzigende solidariteitspraktijken ten aanzien van daklozen door verschillende publieke en private actoren in een wijk onderhevig aan gentrification en Galanakis analyseert de interactie tussen stedelijk revitalisatiebeleid en de ruimtelijke praktijken van (ongewenste) immigranten. Ten tweede stellen we ons in dit nummer de vraag welke lokale vormen revanchisme aanneemt in Europese steden. De bijdragen aan dit nummer werden dan ook deels geselecteerd naar de mate waarin zij iets vertellen over lokale specifieke ervaringen. Steden uit zeer verschillende Europese nationale contexten passeren hierbij de revue: Amsterdam, Brussel, Kopenhagen, Athene. In hoeverre is revanchisme, zoals Gordon MacLeod beweert, ook buiten New York een belangrijk heuristisch instrument voor de bestudering van stedelijk beleid? Alle bijdragen beamen dat revanchisme ook in Europa onderdeel uitmaakt van stedelijke ontwikkelingsstrategieën. Tegelijk brengen ze ook één voor één, vanuit hun specifieke geografische en thematische invalshoek, nuances en aanvullingen aan bij Smiths concept. Van Criekingen en Dessouroux identificeren weliswaar alledrie de constituerende elementen van revanchisme in Brussel, maar benadrukken hoe deze drie elementen op heel verschillende geografische locaties gestalte krijgen, in een moeizame evenwichtsoefening om de legitimiteit van stadsvernieuwing door gentrification bij de zittende bevolking niet te ondermijnen. Vanuit een Bourdieuaans distinctieperspectief redeneert Boterman dat slechts een beperkte groep gentrifiers revanchistische sentimenten heeft. Voor de meeste gentrifiers (met name de pioniers uit de lagere middenklasse) geldt dat samenleven met marginalere groepen juist sociale waardering of symbolisch kapitaal oplevert. Meert e.a. maken duidelijk dat ook bij lokale instituties en actoren nultolerantie geen alomtegenwoordige werklogica is, maar dat er nog steeds een brede waaier aan technieken wordt gebruikt om marginale groepen zoals daklozen manipuleerbaar of gedisciplineerd te maken. Ook Aalbers legt de nadruk op het behoedzame karakter van revanchisme in de Amsterdamse Bijlmer. Nultolerantie wordt er slechts voorbehouden aan een zeer beperkte groep van gedelegitimeerde undesirables, terwijl andere gemarginaliseerden nog steeds door middel van integrerende of disciplinerende maatregelen worden aangepakt. Galanakis ten slotte relativeert de reikwijdte en effectiviteit van revanchistische strategieën in sociaal en etnisch-cultureel gemengde Europese steden zoals Athene. Stadsbesturen kunnen in zekere mate de fysieke stedelijke ruimte veranderen en eventueel in tijd en ruimte beperkte effecten hebben op het gebruik ervan. Maar dit verandert niets aan de onreduceerbare openbaarheid van de Europese publieke ruimte, noch aan de latente identiteit en betekenis van plaatsen, die in plotse opstoten weer aan de oppervlakte komen in politiek geladen viering van door de meerderheid ongewenste Andersheid. Het belang van revanchisme De artikelen in dit nummer tonen niet alleen het belang aan van het concept revanchisme om een aantal fenomenen te begrijpen die zich ook in Europese steden voordoen. Ze benadrukken vooral de noodzaak om aandacht te hebben voor de rijkdom aan revanchismen, voor de verschillende beleidsdomeinen die mee in het stadsontwikkelingsbad worden getrokken en voor de zeer verschillende evenwichten tussen repressief en sociaal die zich in specifieke steden kunnen voordoen. Hiermee wordt ook de maatschappelijke relevantie duidelijk van onderzoek naar de achtergronden van deze verschillende revanchismen. Hierop is in de hiernavolgende artikelen minder ingegaan. Politiek-maatschappelijk is het echter interessant om te analyseren waar en hoe revanchisme als dominante, hegemonische strategie wordt ingezet en wat daarvan de oorzaken zijn. Zo moet de rol van stedelijke instituties en politiek bij de vertaling van een bestaande morele paniek of druk van investeerders naar beleid nog fundamenteel worden onderzocht. Wat is de impact van een sterk georganiseerde extreem rechtse partij, zoals het Vlaams Belang in Antwerpen, op de bepaling van beleidsdoelen? Wat is het effect van rechtstreeks verkozen burgemeesters op de het populistische gehalte van hun optreden? In hoeverre biedt een sterk georganiseerde lokale sociale sector weerwerk aan de druk voor meer repressie? Of leidt een sterke verwevenheid van sociale instituties met het lokale beleid in Europa er toe dat de revanchistische logica uit de stadsontwikkeling ook sneller doordringt in aanpalende domeinen van stedelijk beleid, zoals onderwijs (omwille van de leefbaarheid in wijken worden mensen zonder papieren actiever opgespoord, maar hoe interfereert dit met het recht op onderwijs van hun kinderen), gezondheidszorg (bijvoorbeeld de inschakeling van drugshulpverlening in overlastbeleid) of daklozenopvang (kiest men voor bereikbaarheid door, of voor onzichtbaarheid van daklozen)? Ook de reacties en tactieken van gemarginaliseerde groepen verdienen meer aandacht. Hoe gaan zij om met de aanvallen op hun bestaan? Want uiteindelijk is dit de boodschap die in alle bijdragen doorschemert: in onze steden woedt er, onder de noemer revitalisering, een latente oorlog over het recht op de stad, die zich in verschillende gedaanten (repressief, disciplinerend, integrerend) toont, maar waarin gemarginaliseerde groepen vaak tegenover, in plaats van als deel van de ruimere maatschappij gepositioneerd worden. Justus Uitermark is promovendus bij de Amsterdamse School voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Jan Willem Duyvendak is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Maarten Loopmans en Nick Schuermans zijn respectievelijk aspirant FWO-Vlaanderen en assistent bij het Instituut voor Sociale en Economische Geografie, Katholieke Universiteit Leuven. Beiden zijn redacteur van AGORA. Literatuurselectie Bagnasco, A. & P. Le Galès (1997) Villes en Europe. Paris: La Découverte. Duyvendak, J.W. (2004) Neighbourhoods, cohesion and social safety. In: Vijver, K. van der & J. Terpstra (eds.) Urban Safety: problems, governance and strategies. Enschede: University of Twente, pp. 27-35. Duyvendak, J.W. & J. Uitermark (2005) De bestuurbare buurt. Uitdagingen voor onderzoek en beleid op het gebied van sociale menging. In: Migrantenstudies 21, pp. 87-101. Hackworth, J. & N. Smith (2001) The changing state of gentrification. In: Tijdschrift voor Economische en Sociale Geografie 92 (4), pp. 464-477. MacLeod, G. (2002) From urban entrepreneurialism to a revanchist city? On the spatial injustices of Glasgows renaissance. In: Antipode 34 (3), pp. 602-624. Mitchell, D. (2003) The right to the city: social justice and the fight for public space. New York: Guilford Press. Peck, J. (2001) Neoliberalizing states: thin policies/hard outcomes. In: Progress in Human Geography 25 (3), pp. 445-455. Smith, N. (1996) The new urban frontier: gentrification and the revanchist city. New York: Routledge. Smith, N. (2002) New globalism, new urbanism: gentrification as global urban strategy. In: Antipode 34 (3), pp. 427-450. Wacquant, L. (2004) Punir les pauvres, Le nouveau gouvernement de linsécurité sociale. Marseille: Agone. Inhoudsopgave Revanchisme De wraak van de middenklasse; Gentrification en het failliet van progressief stedelijk beleid Justus Uitermark, Maarten Loopmans, Jan Willem Duyvendak & Nick Schuermans Sinds begin jaren negentig heeft zich een discours rond stadsontwikkeling ontsponnen dat nu zo vanzelfsprekend lijkt dat het nauwelijks geanalyseerd wordt. Progressief stedelijk beleid is failliet verklaard. Het spreken over de achterliggende oorzaken van criminaliteit, drugsgebruik, dakloosheid en ander onaangepast gedrag roept nu van links tot rechts vermoeidheid op. Het kan best zijn dat het voor daklozen moeilijk is om onderdak te vinden, dat illegalen geen vuilniszakken kunnen betalen en dat migrantenjongeren gediscrimineerd worden, maar dat geeft hen niet het recht om anderen het genot van het succes te ontzeggen. De middenklasse eist het recht op de stad (opnieuw) op. Neil Smith over de revanchistische stad Ben Derudder & Justus Uitermark Analytische begrippen zijn doorgaans droog en saai. Ze moeten enkel iets verduidelijken en vooral geen politieke vooringenomenheid suggereren. Revanchisme is duidelijk een uitzondering. Een succesvolle uitzondering: sinds Neil Smith, hoogleraar aan de City University of New York, het begrip introduceerde, heeft het in snel tempo zijn weg gevonden naar academische publicaties en vormt nu vast onderdeel van het jargon van kritische stadsonderzoekers en geografen. Revanchisme in Brussel? Mathieu Van Criekingen & Christian Dessouroux In zijn model van de revanchistische stad identificeert Neil Smith de centrale rol van veiligheid in het neo-liberaal stedenbeleid. Werken aan veiligheid moet de terugkeer van kapitaal, consumenten en bewoners naar de stad veilig stellen in het kader van concurrentie tussen steden op een transnationaal niveau en tussen kern en periferie binnen het stadsgewest zelf. In deze bijdrage wordt Smiths these van de revanchistische stad als globale investeringsstrategie getoetst aan een concrete gevalsstudie. Empirische analyse van revanchistische verstedelijking op lokale schaal en in verschillende stedelijke contexten brengt belangrijke nuances aan in Smiths verhaal. De stad is anders; Gentrification in Kopenhagen als distinctiestrategie Willem Boterman Elk gemeentebestuur droomt ervan: een jonge, hippe, hoogopgeleide en welvarende bevolking, een bruisend centrum en opwaardering van oude delen van de stad. Toch slagen lang niet alle steden erin om succesvol te zijn. Sommige wijken vallen in de smaak bij de nieuwe stedelijke middenklasse, andere worden verfoeid. Smaak lijkt een subjectief begrip, maar hangt duidelijk samen met afkomst en sociale omgeving. Uit een verbinding met plaats en ruimte blijkt smaak een belangrijke factor in stedelijke ontwikkeling. Revanche en emancipatie; De gekleurde vernieuwing van de Bijlmer Manuel Aalbers De vernieuwing van de Bijlmer is na jaren ploeteren eindelijk een succes: steeds meer bewoners willen blijven en grote delen van de Bijlmer lijken inmiddels een zwarte VINEX-wijk. Toch is niet iedereen tevreden. De overlast van drugsgebruikers en daklozen is minder, maar nog steeds erg hoog. Voor het garanderen van een succesvolle vernieuwing met tevreden bewoners en vastgoedontwikkelaars die in de Bijlmer willen investeren, moeten de undesirables de wijk uit. De emancipatie van de zwarte middenklasse en de revanche op de undesirables zijn sterk met elkaar verbonden. Daklozen, post-Fordistische solidariteit en disciplinerende stedelijkheid Henk Meert, Karen Stuyck, Jan Blommaert, Kristel Beyens & Kristof Verfaillie Revanchistische stedelijkheid wordt in navolging van Smith doorgaans benaderd vanuit het perspectief van gentrification. Deze bijdrage beschouwt revanchisme vanuit een brede waaier aan praktijken van solidariteit met de daklozen in de Brusselse Marollenbuurt. Dit is een vernieuwend perspectief: de post-Fordistische invulling van solidariteit gaat immers gepaard met voorwaardelijkheid en disciplinering. De vraag rijst in hoeverre Smiths metafoor van revanchistische stedelijkheid herkenbaar is in het geheel van deze praktijken. Athene 2004: With a vengeance; Als stadsvernieuwing bloederig wordt Michail Galanakis Met de steun van het grootkapitaal vegen overheden onze steden schoon met als doel om de stedelijke ruimte te commercialiseren en er winst uit te slaan. De belangrijkste instrumenten hiervoor zijn revitalisering en gentrification, die beide exclusief gericht zijn op de belangen en waarden van de middenklasse. Tegelijkertijd blijven echter hinderlijke gemarginaliseerde groepen zich delen van de openbare ruimte toe-eigenen om daarin hun identiteit uit te drukken. Revitalisering alleen kan de sporen van deze groepen echter niet uitwissen, zo blijkt uit de geschiedenis van het Atheense Omoniaplein. De politieke regio De politieke regio Sierdjan Koster & Casper Stelling Deze discussie hebben we twintig jaar geleden ook al gevoerd, verzuchtte een ervaren onderzoeker tijdens een discussiebijeenkomst over de betekenis van het begrip regio. Hoewel hij gelijk heeft, betekent dit niet dat het nu zinloos is om over de betekenis van regios te spreken. Voortdurende veranderingen in de politiek, economie en cultuur veranderen de context waarin regios van belang zijn. Hiermee is ook het regiobegrip zelf weer actueel geworden. Regiopolitiek en mondialisering Justin Beaumont Hoewel er een sterke trend van decentralisatie van macht bestaat, wordt dit vaak geïnitieerd en geïnstitutionaliseerd vanuit de bestaande politieke centra. Als regios zelf meer belanghebbende actoren willen worden in economie en beleid zonder sterke koloniale en geografische centra, moet echter een andere benadering gekozen worden die meer nadruk legt op de verspreiding van macht. Regios moeten daarbij ook buiten hun eigen grenzen kijken om te zoeken naar economische regeneratie. Dit artikel geeft de mogelijkheden aan van een innovatieve benadering waarin relaties tussen plaatsen en netwerken centraal staan. Het Engelse vraagstuk; Geografie van regionalisering en regionalisme Martin Jones Regionale belangen en problemen spelen zich af op allerlei territoriale schalen die niet overeenkomen met de grenzen van bestuurlijke instituties. Aan de hand van een Brits voorbeeld wordt een bestuurlijk systeem voorgesteld dat dit probleem kan ondervangen. Regionale politieke representatie dat begint op het laagste schaalniveau zorgt ervoor dat problemen op het juiste niveau worden aangepakt. Regios als een politieke eenheid Aleid Brouwer De regio als politieke bestuurslaag tussen de gemeente en de nationale overheid komt steeds meer op de agenda. In de Europese Unie, maar ook in Nederland. Dit artikel geeft enkele voorbeelden van succesvolle regios binnen de Europese Unie en toont hoe deze een voorbeeld kunnen zijn voor regionalisatie in Nederland. Regios creëren met regiomarketing en branding Michalis Kavaratsis Regios hebben vaak diepe wortels in het verleden. Mondialisering noopt regios echter om hun positie in de wereld opnieuw vast te stellen. In sommige gevallen betekent dit voor regios dat ze zichzelf opnieuw moeten positioneren. Dit kan zelfs leiden tot het trekken van nieuwe grenzen om de regio. Regiomarketing is een belangrijk middel om het gewenste regiogevoel over te brengen aan zowel inwoners als buitenstaanders. Varia Morele verontrusting en wetenschappelijke bijziendheid Arjen Leerkes & Marion van San In de tweede AGORA van dit jaar werd in de recensierubriek de studie Wijken voor Illegalen. Over ruimtelijke spreiding, huisvesting en leefbaarheid (2004) van Arjen Leerkes e.a. kritisch besproken. AGORA-redacteur Maarten Loopmans meent dat de onderzoekers zich blindelings hebben laten inzetten binnen het heersende discours van repressie en uitwijzing van illegalen. Hij uit bovendien onderzoekstechnische kritiek. Arjen Leerkes en Marion van San, de belangrijkste auteurs van het onderzoek, leggen uit waarom Loopmans zienswijze onjuist is. Boekrecensie Graham, S. (ed.) (2004) Cities, war and terrorism: towards an urban geopolitics. Oxford: Blackwell. Scriptierecensies Schenke, W. (2004) De meerwaarde van de Amsterdam Arena Boulevard. Een vrijetijdscluster in wording. Universiteit Utrecht, Faculteit Geowetenschappen. Rijk, C. de (2005) Van harde naar zwakke grenzen: de overgang tussen openbare en private ruimte binnen de vroegnaoorlogse stadswijk. Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. |