![]() |
|
Thema's vanaf 2000 > 2006| Mobiliteit (2006 - 5) | Gebruikersstad (2006- 4) | Smokkel (2006- 3) | Waterstad (2006- 2) | Terrorisme (2006- 1) |Gebruikersstad (2006- 4)
-- Bestel dit nummer hier. --
De gebruikersstad Lomme Devriendt, Bruno Meeus & Nick Schuermans Na de Tweede Wereldoorlog is de verhouding tussen gebruikers en bewoners van de stad sterk veranderd. Dit AGORA-nummer bestudeert de relaties tussen beide groepen. Een stad zonder bewoners is geen stad. Een stad zonder gebruikers evenmin. Overal ter wereld zijn steden centrale plaatsen die per definitie niet alleen bewoners, maar ook gebruikers aantrekken. Dat is nu het geval en dat was ook vijfhonderd jaar geleden al zo. Reeds in de middeleeuwen bulkten de Europese steden van personen die niet in de stad woonden, maar toch allerlei voorzieningen binnen de wallen gebruikten. Middeleeuwse steden hadden bijvoorbeeld handelaars nodig voor de aanvoer van basisproducten en de afvoer van intermediaire goederen of eindproducten. De relatie tussen stad, bewoners en gebruikers is in de loop van de tijd echter fundamenteel veranderd. Terwijl de handelaars, marktbezoekers en pelgrims in de middeleeuwen nog maar weinig invloed hadden op de sociale en ruimtelijke structuur van de stad, hebben gebruikers dit nu wel. Waar steden voor de Tweede Wereldoorlog voornamelijk gericht waren op hun bewoners, worden zij tegenwoordig meer en meer gedwongen om zich te focussen op de gebruikers. De stad is er, zo luidt de these van de Italiaanse stadssocioloog Guido Martinotti, in de eerste plaats voor de bezoekers en de gasten en pas daarna voor de bewoners. Stadsgebruikers Om die these hard te maken bakent Martinotti drie grote groepen gebruikers af die in de loop van de tijd belangrijker zijn geworden in de stad. De eerste is die van de pendelaars. Hun opkomst hangt samen met de doorbraak van de Fordistische productiewijze en de daarmee gepaard gaande democratisering van suburbanisatie en automobiliteit. De zich ontwikkelende middenklasse hoefde hierdoor niet langer in de onmiddellijke omgeving van de stedelijke tewerkstellingscentra wonen, maar kon zich nu ook in de stadsrand vestigen. Steden werden hierdoor geconfronteerd met een trager groeiend of zelfs krimpend inwonersaantal. Doordat het vaak ook nog eens de rijkste gezinnen waren die de stad verlieten, betekende dit een enorme daling van de belastinginkomsten. De stedelijke gemeentes kwamen zo in een financiële crisis terecht, omdat de uitgaven van de stad vaak hetzelfde bleven. Bewoners van gemeentes buiten de stad gebruikten immers nog steeds de stedelijke voorzieningen, zoals de straten op weg naar het werk of de stadsbibliotheek. In landen als België met een uitgebreide suburbanisatie was deze financiële crisis van de steden groot. In andere Europese landen was deze vaak minder expliciet. Een tweede groep gebruikers in het schema van Martinotti gebruikt de stad niet om te werken, maar om zich te ontspannen. Door de verbeterde mobiliteit en de algemene toename van de vrije tijd en het gemiddeld inkomen komen steeds meer mensen van buiten de stad in de stad consumeren. Deze groep is erg divers. Het gaat bijvoorbeeld om suburbane jongeren die in het weekend in de stad een bioscoop of een nachtclub bezoeken, of om hun ouders die in de stad winkelen of uit eten gaan. Ook buitenlandse citytrippers vallen in deze categorie. Voor de stad is deze grote groep consumenten erg aantrekkelijk, omdat ze de stadskas spekt en direct of indirect de broodwinning is van een groot aantal stadsbewoners. De economie van de Europese stad werd dan ook sterk afhankelijk van deze nieuwe groep stadsgebruikers. In die zin hoeft het niet te verbazen dat steden een actieve rol zijn gaan spelen in het aantrekken van die consumenten. Steden beconcurreren elkaar bijvoorbeeld om de organisatie van een groot sportevenement of zetten festivals op poten in samenwerking met de lokale horeca. Deze ontwikkelingen veroorzaken op dit moment een geweldige instroom van stadsbezoekers die bij de stadsbewoners wel eens wrevel opwekt. Het is belangrijk om in te zien dat het effect van de consument op de stad veel groter is dan dat van de pendelaar. Terwijl de pendelaar het merendeel van zijn tijd doorbrengt in kantoorgebouwen die afgesloten zijn van de rest van de stad en haar bewoners, maken de consumenten veel intensiever gebruik van de straten en pleinen in de stadskern. Bewoners en consumenten delen op die manier dezelfde ruimte. Dat dit niet altijd zonder conflicten verloopt, hoeft niet te verbazen. Een derde groep gebruikers profileert zich op dit moment sterker dan ooit. Het betreft de metropolitan businesspeople. Deze zeer gespecialiseerde groep van congresgangers, MNO-managers, academici en consultants gebruikt een deel van hun tijd in de stad om er face to face-contacten te onderhouden met klanten, zakenpartners of collegas. Ze onderscheiden zich van de andere groepen door de rest van hun tijd selectief te consumeren. Ook voelen ze zich weinig verbonden met één bepaalde stad. Ze werken in meerdere steden die opgenomen zijn in een netwerk van wereldsteden waarbinnen de metropolitan businesspeople zich bewegen. Wereldsteden beconcurreren elkaar bij het aantrekken van deze groep en de investeringen die zij met zich meebrengt. Dit uit zich bijvoorbeeld in de strijd om de vestiging van een station aan de hogesnelheidslijn of de uitbouw van kantoortorens in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Brussel of Antwerpen. Gebruikersstad In dit AGORA-nummer nemen we de diversificatie en de toename van de stadsgebruikers zoals beschreven door Martinotti als uitgangspunt. Aangezien officiële statistieken voornamelijk informatie geven over bewoners en in geringe mate over pendelaars is een eerste doel van dit themanummer een beter inzicht te krijgen in de diverse gebruikersgroep. De verschillende auteurs proberen verder de these van Martinotti, dat de stad noodgedwongen meer en meer afhankelijk is van haar gebruikers, te bevestigen of te ontkrachten. In diverse casestudies verspreid over Vlaanderen en Nederland schenken ze uitgebreid aandacht aan de manier waarop bewoners in conflict komen met gebruikers van allerlei aard. In het eerste artikel belicht Jeroen Bryon de situatie waarin de groep stadsgebruikers, in dit geval consumenten, veel groter is dan de bewonerspopulatie. De historische binnenstad van Brugge, het Venetië van het noorden, trekt jaarlijks bijna drie miljoen toeristen en de impact van deze mensenmassa op het alledaagse leven van de Bruggeling is bijzonder groot. Het artikel van Hugo Gordijn en Willemieke Hornis focust op conflicten die zich op en rond luchthavens in stedelijke gebieden manifesteren. Tegengestelde belangen komen duidelijk naar voren wanneer gebruikers en bewoners tegenover elkaar komen te staan. Dat conflicten tussen stadsgebruikers en stadsbewoners ook politiek hun weerslag vinden toont het artikel van Filip De Maesschalck aan. Antwerpse stadsbewoners en stadsgebruikers hebben verschillende beelden van en visies op de stad die zich weerspiegelen in de verkiezingsprogrammas van politieke partijen en het verschillende electorale gedrag van stedelingen en suburbanen. Een tweede reeks artikels belicht het statuut van de diverse gebruikers en bewoners. Dat beide concepten actief geconstrueerd worden toont Maarten Loopmans aan. Binnen de ondernemende gebruikersstad, die zich toch vooral op de gebruikers richt, kunnen lokale belangengroepen zich als de vertegenwoordigers van zowel gebruikers als bewoners voordoen. Het artikel wijst erop dat sommige belangengroepen met de tweede optie toch een heel eind komen. Simone de Bruin onderzoekt op haar beurt de diversiteit binnen de gebruikers van de nachtelijke stad. De groeiende etnische diversiteit van de stedelijke bevolking draagt bij tot veranderingen in het hedendaagse nachtleven. Clubeigenaren programmeren uiteenlopende muziekstijlen op de verschillende avonden van de week om zo tegemoet te komen aan de wensen van de stadsgebruikers. Op die manier wordt duidelijk dat de gebruikers van stedelijke voorzieningen geen homogene groep zijn. Het themanummer sluit af met een bijdrage van Elke Ennen die aanduidt welke variabelen van belang zijn voor het coördineren en adequaat genereren van bezoekersstromen. Zo kan ze richtingen aangeven om het conflict tussen gebruikers en bewoners in de toekomst beter te sturen. Lomme Devriendt (lomme.devriendt@ugent.be) is aspirant FWO-Vlaanderen aan Universiteit Gent. Bruno Meeus (bruno.meeus@geo.kuleuven.be) is doctoraatsassistent aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Nick Schuermans (nick.schuermans@geo.kuleuven.be) is als IWT-bursaal verbonden aan hetzelfde instituut. De auteurs zijn redacteur van AGORA. Literatuurselectie Kesteloot, C. (2005) Urban socio-spatial configurations and the future of European cities. In: Kazepov, Y. (ed.) Cities of Europe. Oxford: Blackwell. Martinotti, G. (1996) Four populations: Human settlements and social morphology in the contemporary metropolis. European Review 4, 1, pp. 3-23. Martinotti, G. (2005) Social morphology and governance in the new metropolis. In: Kazepov, Y. (ed.) Cities of Europe. Oxford: Blackwell Uytven, R. van (1998) Het dagelijkse leven in een middeleeuwse stad; Leuven anno 1448. Leuven: Davidsfonds. Inhoudsopgave Gebruikersstad De gebruikersstad Lomme Devriendt, Bruno Meeus & Nick Schuermans Na de Tweede Wereldoorlog is de verhouding tussen gebruikers en bewoners van de stad sterk veranderd. Dit AGORA-nummer bestudeert de relaties tussen beide groepen. Toeristen als bezetters Jeroen Bryon De impact van het toerisme op de inwoners van Brugge is groot. Hun gedrag in de historische binnenstad draagt bij tot toeristische gettovorming. Conflicten hangen in de lucht Hugo Gordijn & Willemieke Hornis Conflicten op en rond luchthavens als Schiphol en Zaventem lijken onvermijdelijk gezien de evolutie van de luchthavens zelf en die van het stedelijk gebied waarin zij zich bevinden. Gebruikersstad als electoraal strijdpunt Filip De Maesschalck Stad en suburbane rand ondergaan een politiek-electorale polarisatie. Het discours van de stad als woonplaats staat tegenover dat van de gebruikersstad waarin veiligheid centraal staat. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van Antwerpen. Ondernemende burgers in ondernemende steden Maarten Loopmans Bedreigt de gebruikersstad de macht die bewoners hebben over hun omgeving? Niet noodzakelijk, zo blijkt. Voor elk wat wils? Simone de Bruin De groeiende etnische diversiteit in Rotterdam en Amsterdam heeft gevolgen voor het nachtleven. Clubeigenaren programmeren uiteenlopende muziekstijlen om zo tegemoet te komen aan de wensen van het hedendaagse uitgaanspubliek. Binding, beleving en verleiding Elke Ennen Binnen het domein van bezoekersmanagement spelen binding, beleving en verleiding van bezoekers een belangrijke rol. Onderzoek zou moet zich richten op het verband tussen deze variabelen en strategieën van citymarketing. Varia Rap ta france Leeke Reinders De opstand in de Parijse banlieues legde twee scheidslijnen bloot: die tussen binnenstad en buitenwijk en tussen Franse jongeren en samenleving. Uit rapteksten blijkt hoe deze schismas doorwerken in het dagelijkse leven van jongeren. Veenkoloniën en de wereldeconomie Edwin van der Schoot De historische ontwikkeling van de Veenkoloniën in Groningen en Drenthe binnen de kapitalistische wereldeconomie is te verklaren met behulp van Wallersteins wereldsysteembenadering. Veiligheid: beleving en beleid Carolien Speller, Peter Pol & Giuliano Mingardo Veiligheid speelt een belangrijke rol in stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een discrepantie tussen werkelijke veiligheid en beleving van veiligheid. Hoe gaan Rotterdam en Den Haag hiermee om? Boekrecensie Ambitie en internationaal aanzien Martijn van der Linden Salet, W & S. Majoor (red.) (2005) Amsterdam Zuidas European Space. Rotterdam: 010 Publishers. |